Confucius
Tweeduizend jaar lang hebben de uitspraken en de filosofie van Confucius de maatschappij en de cultuur van de Chinezen, het grootste volk ter wereld, bepaald. Hoewel Confucius niet de bedoeling had om een religie te stichten, heeft hij een enorme invloed gehad op de godsdienst in China, een invloed die ook tegenwoordig nog te zien is.
Confucius is de gelatiniseerde vorm van de Chinese naam Kung Fu-tzu, die Meester Kung betekent. Confucius groeide op in de provincie Lu, het huidige Shantung. Na een paar jaar als arbeider in armoede geleefd te hebben, werd hij eerst boekhouder en later leraar. Hij doorkruiste het platteland en raakte met iedereen die hij tegenkwam in gesprek over morele vraagstukken. Er wordt gezegd dat hij ook Lao-tzu, de stichter van het Taoisme, een andere Chinese filosofie, ontmoet heeft. Door een burgeroorlog werd hij gedwongen zijn eigen provincie te verlaten en zijn roem verspreidde zich door geheel China.
Confucius wilde altijd graag een baan in overheidsdienst en van 498 tot 495 was hij eerste minister van Hertog Ting van de provincie Lu. Maar de frivole hertog vond hem te serieus en Confucius nam ontslag. De volgende 13 jaar reisde hij rond als leraar. De opvolger van de hertog nam hem weer in dienst om enige oude boeken te bestuderen en Confucius stierf 3 jaar later in Lu.
Tijdens zijn rondzwervingen had Confucius een flink aantal aanhangers om zich heen verzameld en deze discipelen zorgden voor de verbreiding van zijn leer. Zij verzamelden zijn uitspraken en ideeen in een aantal boeken, waaronder de Analecten. Confucius zelf heeft niets op schrift gesteld.
Confucius leerde dat de maatschappij gebaseerd is op wederzijds respect en dat bestaande verhoudingen in stand gehouden worden op basis van autoriteit en gehoorzaamheid. Dit gold voor het gezin, maar ook voor de relatie tussen heerser en onderdaan. Volgens Confucius maakten allen deel uit van een grote familie. Hij was voorstander van gehoorzaamheid, maar daar stond tegenover dat degene die de macht bezat de gulden regel "wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet" moest naleven. Confucius gaf machthebbers ook het advies hun raadslieden om hun capaciteiten te kiezen, hoe nederig hun afkomst ook mocht zijn (zoals die van Confucius zelf), en niet omdat zij door geboorte leden van de "regerende klasse" zouden zijn.
Sinds die tijd hebben de Chinezen een diep respect voor hun familie. Dit leidde zelfs tot de voorouderverering, die ook in het tegenwoordige China nog steeds gebruikelijk is.
naar boven